Santa Cruz
Vandaag alweer om 4.30 op om de boot naar Santa Cruz te halen. Daar heerlijk ontbeten met uitzicht op de haven in Puerto Ayora en vervolgens het Darwin centre bezocht waar nog steeds volop onderzoek wordt gedaan. We hebben er zelfs een parende reuzenlandschildpad gezien én natuurlijk vereeuwigd. Daarna een tour naar Academy Bay waar we gesnorkeld hebben en dit keer knalblauwe vissen tegenkwamen en een soort maanvissen met zwart, oranje en geel. De onderwaterwereld is onvoorstelbaar mooi. Aan het eind van de dag nog naareen zoutmeer gelopenen gezwommen in een kloof, waar een heel stel macho mannen van meer dan 10 meter naar beneden sprongen onder het gelukzalige oog van hun verliefde meisjes, zat de dag er alweer op. Op vrijdag hebben we een dagexcursie naar het eilandje Noord-Seymour gemaakt. Dit eilandje is ongeveer een uur lopen rondom,heeft veel "wild life" en is de grootste actieve nestplaats van zeevogels. Het eiland is de favoriete plaats van de Fregatvogel. Deze vogel kan niet tegen nat zijn dus steelt hij de vissen van andere vogels en jaagt op de schildpadjes die net uit hun ei komen. Dit is de reden waaromdeze vogel ook wel de piraat van de zee wordt genoemd. Als het mannetje een meisje zoekt dan blaast hij zijn rode krop op en wacht geduldig tot er iemand op af komt. Tevoren maakt hij een nest van het stro dat er zo hier en daar ligt. Helaas denkt hij soms dat onze blonde haren ook van stro zijn dus je moet oppassen dat hij er niet wat van meepikt. De blauwvoet JanvanGent komt hier ook in grote getalen voor. Door de eilandbewoners wordt hij the blue foot boobie genoemd en zijn voeten zijn inderdaad knalblauw. Dejongen hebben grijze voeten die langzaamaan bij het opgroeien ook blauw kleuren. Het mannetje danst de hele dag voor zijn vrouwtje en zorgt goed voor haar. Verder zagen we een zeeleeuw die haar jong zoogde, land- en zeeleguanen en bijzondere meeuwen met rode ogen. Je hebt werkelijk ogen te kort om alles te zien en te geloven dat deze vogels echt zijn. Je kan ze tot op een halve meter naderen, ze zijn totaal niet bang voor mensen en de leguanen lijken te lachten naar al deze rare wezens die naar ze komen kijken met hun zwarte fotocamera-ogen.Na een zwemtocht waar je op moest passen niet gestoken te worden door horzels was het tijd om weer naar huis te gaan. Morgen gaan we naar San Christobál waar de zeeleeuwen het dorpje Puerto Baquerizo in bezit lijken te hebben want ze schijnen overal te liggen. Ik ben zeer benieuwd.
Isla Isabela
Op 7 mei om 4.30 gaat de wake up call. Na een heerlijk ontbijt vertrekken we met de taxi naar het vliegveld waar we natuurlijk in de verkeerder rij stonden.Na dik een half uur waren we aan de beurt en toen bleek dat we eerst voor $ 10,- een ticket moesten kopen, waarvoor is me nog steeds een raadsel. Afijn daarna weer in de rij en een half uur later hadden we onze bagage afgeleverd en zaten we bij gate A3 te wachten op het vliegtuig dat uiteindelijk met drie kwartier vertraging via Guayaquil naar de Galapagos vertrok. Daar aangekomen moesten we eerst weer $ 100,- entrée betalen voor het nationale park, want de Galapagos staan op de Wereld Erfgoedlijst. We werden opgepikt door Juan (weer een beroemdheid?) en naar de haven van Santa Cruz gebracht. Met de boot van 14.00 uur vertrokken we naar Isla Isabela, het mooiste eiland van de Galapagos en ook het meest rustige. Grappig zijn hier de watertaxi´s die je vanaf de haven naar de snelle boten brengen. De taxi´s worden volgeladen met passagiers en bagage. Als je niet oppast en je hangt teveel met z´n allen naar één kant dan heb je ook nog de kans om om te slaan. We stappen over op de snelle boot waar ongeveer 20 mensen per keer in kunnen en die 2x per dag naar Isabela varen. Deze boten hebben 3x 200 pk aan motoren achter zich hangen dus je snapt we vliegen over het water en doen er toch ruim 2 ½ uur over. In de baai van Isabela stap je weer in een watertaxi hopende dat je bagage niet overboard kukelt. Aangekomen in El Puerto betaal je wederom $ 10,- voor iets wat niet geheel helder is. Je bagage wordt uitgebreid onderzocht op etenswaren want die mag je niet meenemen omdat men bang is dat hierdoor het ecosystem op de eilanden in de war wordt gebracht. Nog even van de zonsondergang genieten (het is hier weer een uur vroeger dan op het vaste land en het wordt al om 18.00 uur donker) pelikanen spotten en dan gaat het licht weer uit. Ik ben zelfs te moe om mijn tanden te poetsen.
De volgende dag alweer om 7.00 uur aan het ontbijt want we worden om half 8 opgehaald voor een wandeling naar de vulkanen. We genieten van al het verse fruit zoals ananas, meloen, papaya en platanos (bananen) en staan stipt op tijd klaar om opgehaald te worden. Helaas, al wat er kwam niemand. Iemand was vergeten ons te vertellen dat we ergens in een restaurant moesten verzamelen voor de taxibus. De baas van het hostel gaat druk aan het bellen en ja hoor, drie kwartier later worden we opgehaald door een jeep die in een rotvaart de berg op sjeest want " we had to catch the group". Nou daar was de bustocht naar Otavalo niets bij, ook al waren er hier geen ravijnen. We snoerden ons in de gordels (die we vervolgens nooit meerlos kregen zonder hulp) en met ons hart in de keel zagen we het landschap voorbij vliegen, al slippend de bochten door. Bij het startpunt stond gelukkig een van de 2 gidsen op ons te wachten samen met nog een jonge man die blijkbaar ook wat later was.
Afijn om bij de groep te komen moesten we dus voordurend Vamos, rapido! Dus je snapt het al, wij waren net bekomen van de rit of de gids was al in geen velden of wegen meer te bekennen. Wij op onze korte pootjes als een haas achter de gids en de jongen aan en hadden zo nauwelijks de tijd om om ons heen te kijken. In de verte zagen we de groep lopen, maar het bleek elke keer dat de afstand veel verder was dan het leek. Gelukkig kregen we hier en daar toch wat uitleg over het gebied en de vulkaan was echt indrukwekkend. De krater van Sierra Negra is bijna 10 kilometer in doorsnede en is daarmee de op één na grootste krater ter wereld. Daarna zijn we doorgelopen naar Chico die voor het laatst is uitgebarsten in 2005 en een wijds uitzicht geeft op het eiland. Uiteindelijk hebben we daar de groep ingehaald die al een half uur had uitgerust. De hele tocht duurde 6 uur waarvan we de verloren drie kwartier moesten inhalen. Nou dat lukte maar moeizaam en op het laatste kon die hele tocht wat mij betreft de boom in. Maar als je dan weer in de bus terug zit en de foto´s bekijkt dan was het tochhelemaal de moeite waard.
In de middag zijn we de onderwaterwereld van Tintoreas al snorkelend gaan verkennen.Dan gaat er echt een hele nieuwe wereld voor je open. We zwommen met enorme zeeschildpadden, een rog van zeker een meter breed, allerlei vissen in de meest mooie kleuren waarvan er éénnet leek te glimlachen met zijn parelwitte tandjes. Vissen, die je ook in de film finding Nemo ziet, flitsen je in hele scholen voorbij en de zeeleeuwen kijken je met grote ogen aan. Die willen alleen maar spelen. Ze zijn razend snel en ik vond ze best eng als ze in vliegende vaart naar je toe zwemmen en op het laatste moment voorbij flitsen. Jammer dat we geen onderwatercamera hebben om alles te vereeuwigen.
Quito
Op doorreis naar de Galapagos overnachten we in Quito. Wat een enorme stad met z´n 2.5 miljoen inwoners. Guayaquil is nog groter, ook al is dat niet de hoofdstad, met 3.5 miljoen inwoners. Totaal bijna de helft van het aantal inwoners van Ecuador waar in totaal 14 miljoen mensen wonen in een land dat ruim 6x zo groot is als Nederland.
In de middag hebben we met een gids, Edison genaamd, een rondtoer gemaakt door de stad. Het lijkt wel of alle mannen die ons hier de goede weg wijzen een moeder hebben gehad die vond dat de naam van een beroemde persoonlijkheid goed bij hun zoon zou passen. Zo hadden we Dante in Otavalo die ons ´s nachts van de bus kwam halen en mij aan een paar schone handdoeken hielp, Washington onze taxichauffeur die niet begrepen had dat wij op het vliegveld opgehaald moesten worden en nu Edison. Een hele aardig man die geschiedenis heeft gestudeerd en nu mensen zijn stad laat zien.
We hebben een enorme kathedraal beklommen,hij heeft ons eenIglesia uit 1765 laten zien die helemaal met bladgoud belegd is (helaas mochten we hier geen foto´s van maken) en het instituut waar paters worden opgeleid. We hebben cherrymoya gegeten, een vrucht die alleen in dit gebied voorkomt en onze Holy tour afgerond met een café con leche op centro plaza. De indianen hebben in Quito een heel andere klederdracht en kettingen. Ook de hoeden zijn heel anders dan in Otavalo.
Sight seeing
In hostel "Rincon del Viajera" (hoek van de reiziger) overnachten we de eerste 10 dagen van onze reis. Het hostel staat in Otavalo, een plaats ten noord-oosten van Quito. Er is hier een boel te beleven, dus in het weekend en na onze Spaanse lessen, trekken we er op uit en verkennen de buurt.
ElCascade de Peguche bereik je per bus in een kwartiertje. Je komt het parkin via een loopbrug en het is er heerlijk rustig, zo op een doordeweekse dag, want we zien slechts een paar jongeren. Een boekje lezen in het zonnetje naast een ruisende waterval, wat wil een mens nog meer. Largo de San Pablo ligt op2670 meter en ook daar ben je in 20 minuten met de bus. Dit meer is overigens van afstand mooier dan van dichtbij. Het is net als het park met de watervallen in het weekend een druk bezochte plek voor de locals. Hele families trekken er naar toe, ontmoeten, kletsen en eten met elkaar. Het is maar goed dat we op de markt van Otavalo een real sombrero original de Ecuador hebben gekocht want je verbrandt hier voor je het weet.
De Fuya-Fuya berg en de Lagunas de Mojanda liggen op 40 minuten rijden met de taxi. Tijdens de rit kan je geen slokje water nemen want dan liggen je voortanden er uit door het gestuiter op de weg. We stijgen naar 3700 meter en verder gaan we lopen. De top van de Fuya-Fuya ligt op 4265 meter waar je een prachtig uitzicht hebt op de drie meren. Als het een heldere dag is dan zie je de besneeuwde toppen van de vulkanen Cotopaxi, Cayambe en Artisana en je kan dan zelfs Quito, Otavalo en het Cuicocha meer zien. Wij wandelen slechts naar 2 meren want we hebben te weinig tijd voor het donker wordt.
Onderweg helpen we nog een familie die met de auto vast is komen te zitten in de modder. Door gras onder de voorbanden te leggen krijgen deze iets meer grip en met vereende krachten lukt het om hem weer los te krijgen. Overigens zat dezelfde auto 100 meter verder weer vast maar toen zijn we maar verder gelopen omdat we al 20 minuten later waren dan we hadden afgesproken met de taxichauffeur en we het risco niet wilden lopen om ergens in the bush de weg kwijt teraken in het donker.
Van Otavalo ben je binnen tien minuten met de taxi bij El parque del conor. Van deze bedreigde diersoort leven er nog slechts enkelen in het wild. Deze vogel heeft een spanwijdte van over de drie meter. In het park zijn nog vele andere vogelsoorten zoals haviken, adelaars en uilen. Bij mooi weer wordt er 2x per dag een show gegeven maar toen we er waren regende het, dus het was slechts een minishowtje waarbij we ook zelf een uil mochten vasthouden. De terugweg zijn we gaan lopen, ongeveer 1 1/2 uur met prachtig uitzicht op de stad.
De laatste dag van ons verblijf hebben we in 4 1/2 uur rond El Largo de Cuicocha gelopen. Dit was de mooiste wandeling tot nu toe. Het eerste stuk ga je met de bus en daarna achterin een open truck die je naar het begin van het wandelpad brengt. Je loopt rond het meer over alle bergkammen en het is er zoooo diep. Gelukkig kan je niet verdwalen want er is maar êên pad. Het is een beschermd natuurgebied en je ziet de meest mooie bloemen die je bij ons alleen als kamerplant hebt of in je hanging baskets in de zomer. Helaas waren er veel muggen en waren we onze deet vergeten zodat we aardig bultig waren.
Het meer dankt haar naam aan de twee eilanden die erin liggen die volgens de bevolking eruit zien als 2 cavia's. Wij zagen er eerder de bulten van dromedarissen er in maar afijn. Cavia's zijn een specialiteit in Ecuador maar erg duur dus het wordt meestal alleen gegeten bij speciale gelegenheden.
Even naar de markt(en)
Op zaterdag is de dierenmarkt 's morgens van 6 - 10 uur. De indianen komen met varkens, koeien, geiten en kippen en het is er een drukte van jewelste. De kippen worden aan hun poten gedragen en het krijsen van de varkens is niet van de lucht. Er is zelfs en man met een kalf in een draagdoek. Iedereen eetbij de eettentjes die er te kust en te keur zijn. Je ziet hele gebraden varkens liggen met een appel in hun bek die van achteren naar voren worden leeggegeten. Veel op de markt wordt met de handen gedaan, zoals het leegscheppen van het gebraden varken, het opscheppen en het eten. Voor bijna alles vragen de dagjes-verkopers een dollar, of het nu kammetjes, rubberen handschoenen of gevlochten armbandjes zijn.
Ik heb 1 oude man in een rolstoel gezien. Volgens mij is dit nog erger dan in een hotsende taxi rijden en ik vraag me af hoe vaak deze stoel omkiepert met alle gaten in en obstakels op de weg.
Otavalo is beroemd om haar enorme zaterdagmarkt op de Plaza del Ponches. Traditioneel geklede Indigenas verkopen hun zelfgemaakte kleden, shawls, poncho's, truien, sieraden, tassen en nog veel meer. Alle mannen en vrouwen hebben prachtig zwart haar die zij in een vlecht op de rug dragen. De vlechten van de vrouwen zijn vaak omwonden met gekleurde linten. De bloeses van de vrouwen zijn wit en helemaal geborduurd en ze dragen lange zwarte of donkerblauwe rokken met shawls en met de hand geweven centuren. Ookdragen ze allemaal hoeden tegen de zon ende oudere vrouwen hebben kunstig gevouwen lappen op hun hoofd. De kinderen worden op de rug gedragen in een draagdoek waar alleen hun voetjes uitsteken. De Indigenas krijgen al heel jong kinderen, soms al op hun 12e en vaak ook een groot aantal. De oude mensen werken hier zolang ze kunnen lopen en ze zijn zo klein. Zelfs met mijn 1.59 meter ben ik een reus want sommigen mensjes komen niet eens tot mijn schouder.
Wonderlijk is dat het zo rustig is op de markt, ook al is het er druk. Er wordt niet geschreeuwd, gescholden of geduwd. Alles gaat heel kalm en als je nee zegt wordt er niet aangedrongen. Wel is het van belang om de kunst van het afdingen te verstaan. De gevraagde prijs ding je af naar ongeveer 40% en als je na enig heen en weer bieden eindigt op 70% van het oorspronkelijke bedrag dan heb je een goede deal gesloten. Ik heb nu al een hoed met geweven lint er omheen, twee armbanden en een broek (zo eentje met het kruis op je knieen). Helaas kan ik niet meer meenemen want anders gingen er zeker een paar wandkleden mee naar huis en Alpaca shawls. Alpaca is de zachtste wol die er is, je moet het gevoeld hebben om het te geloven.
De groente-, vlees-, en vismarkt is deels overdekt. Het is hier heel gewoon dat jeeen tafel met alleen maar kippenkoppen of kippenvoeten ziet. Geen idee wat ze daar mee doen. Het vlees hangt aan haken en wordt bevoeld net als fruit. Verder zijn hier de wereld aan verschillende soorten bonen en peulen die door de hele familie gedopt worden. Een lekkernij zijn de witte bonen met geroosterde mais, uien, koriander en limoen. Je koopt het in een klein plastik zakje en krijgt er ook nog een lepeltje bij. En dan niet te vergeten de verschillende producten van de cocaplant. Coca wordt verkocht als thee, tinctuur, snoepjes en de bladeren zelf natuurlijk om op te kauwen. Het schijnt rustgevend en niet verslavend te zijn beweert de meneer die ons in zijn netten heeft gestrikt.Dus dat gaan we vanavond uitproberen want onze slaapthee is op.
Zwervers
Overal waar we komen stikt het van de honden. In alle soorten en maten. We hebben ons laten vertellen dat dit in Otavalo een groot probleem is. Op de zaterdagmarkt worden er allemaal dieren verkocht waaronder jonge hondjes. En wat is nu leuker dan z'n schattig pluizebolletje. Helaas worden deze bolletjes groot en dan zijn ze een stuk minder schattig. Daar komt nog bij dat geen enkele hond gecastreerd wordt met het gevolg dat hier de boel maar aanjongt.
Volgens mij loopt er hier een zeer hitsige tekkel rond die voortdurend aan de rol is want van die vorm zie je er velen. Een soort poedeltekkel, een labradortekkel, een keeshondtekkel en niet te vergeten de sint bernhardtekkel. (ik ben benieuwd hoe ze dat voor elkaar gekregen hebben

Sommige honden zijn zo mager dat je alle ribben kan tellen. Ze kijken je treurig aan en hopen op wat afval als je je broodje aan het eten bent in het park. Ze eten echt alles, van appels en bananen tot visgraten.
Deze honden zijn de enige zwervers en de enige die bedelen. Je ziet nergens bedelende mensen, dat is hier verboden.
Hablo un poco EspaΓ±ol?!
Ja, ja, het is niet te geloven maar hablamos un poco de Español. Sinds maandag gaan we naar Escuela de Superior om te trachten ons enigszins verstaanbaar te maken. De eerste les is nog wel te doen. Een heleboel woorden die we thuis geleerd hebbenkomen weer boven drijven, maar twee uur later begint mijn harde schijf alweer aardig vol te raken. Slechts met een pauze van 10 minuten stomen we in vier uur door de stof heen. Deze hoeveelheid informatie vormt zich in mijn hersenpan tot een brei die steeds dikker wordt. Misschien dat ik er een honderdste van kan onthouden. Natuurlijk wordt er op school alleen maar Spaans gesproken, ook tijdens de break. Een Amerikaanse dame die al een week les heeft gehad vertelt waar ze vandaan komt en wat ze zoal gedaan heeft. Maar ook al doe ik nog zo mijn best, Spaansdat wordt gesproken door een Amerikaanse is niet om aan te horen en al helemaal niet, ook niet een beetje, te begrijpen. Maar ja, dat zullen ze van ons ook wel zeggen

De volgende dag zijn de werkwoorden aan de beurt en natuurlijk weer nieuwe woorden.Ik krijg de indruk dat Nederlands toch een stuk makkelijker is want bij ons heeft een woord meerdere betekenissen, terwijl hier elke betekenis een woord lijkt te hebben.
Op woensdag gaan we de markt op om fruit te kopen. Het aantal verschillende soorten is enorm. Zo leren we niet alleen de namen maar ook hoeveel het kost en dat is maar goed ook want we komen er achter dat we eerder veel te veel hadden betaald (ook al is het een schijntje van wat het in Nederland kost). Vervolgens mogen we alle soorten proeven en moeten we vertellen hoe het smaakt, wat de vorm is, welke consistentie het heeft en wat voor soort schil het is. Nadat we de boel heerlijk opgesmikkeld hebben vertelt de teacher dat er in het meeste fruit wormpjes zitten. Ze plukt er eentje uit een vrucht die we net gegeten hebben. Het klasje kijkt haar en elkaar vol afgrijzen aan. Nog een wonder dat niet iedereen gelijk naar de wc rent. Het is maar goed dat we dat niet tevoren wisten anders was het niets geworden met deze les. Maar ach, twee dagen later loop ik nog even vrolijk rond dus die wormen zijn zonder schade te maken vast alweer in de toilet beland.
Op donderdag besluit ik om schone handoeken te vragen aan de baas van het hostel. Zijn zoon zit achter de receptie en (naar mijn idee in behoorlijk Spaans) vraag ik ¡queriamos los toallas nuevos por favor?. Hij kijkt me glazig aan en vraagt ¡Que?. Ik weet toch zeker dat ik het goed heb opgezocht dus stel ik de vraag nog maar eens, mijn tong brekent over "toallas". Vervolgens zegt hij stralend: Ah, you mean towels?!. Si, gracias knik ik, me afvragend hoe het dan uitgesproken had moeten worden. Gelukkig hebben we nog 10 weken om te oefenen.
Vandaag was de laatste les. Na twee uur onregelmatige werkwoorden zijn we gezamenlijk gaan koken " Ceviche de camaron y de pescado" een soort soep met garnalen, vis en tomaten met daarbij gefrituurde banaan. Gelukkig zaten hier behalve de vis geen enge beesten in.
Openbaar vervoer
Wonderlijk om nu alles met het openbaar vervoer te doen. Het begon al bij Duivendrecht waar de conducteur ons 2 keuzes gaf: of 35 euro boete en een nieuw kaartje kopen of uitstappen en zelf een nieuw kaartje halen. En dat alles omdat we met korting vóór 9 uur al in de trein zaten. Afijn, we waren niet de enige want 2 dames van dezelfde leeftijd moesten er ook uit die met een berg koffers op weg waren naar Berlijn.
De incheck en vlucht verliepen prima al had ik vierkante ogen van alle films die ik gezien heb. De prachtige films Amour en Jagten en na al deze droefheid the hangover. Tijdens de 4e film ben ik in slaap gevallen dus die ben ik vergeten. Aangekomen in Quito zouden we opgehaald worden door de taxichauffeur van de taalschool. Maar ook al stonden er bosjes mannen met een bordje, ons gele bordje Linqua School was nergens te bekennen. Bereik met onze telefoon hadden we niet dus het enige dat restte was een man aanspreken wiens gasten niet op kwamen dagen (later bleek dat hun bagage niet was aangekomen). Alle telefoon-nummers (die we gelukkig hadden uitgeprint) werden gebeld en de laatste was raak. De school had vergeten te melden dat we opgehaald moesten worden, maar 'wees gerust', hij zou er aan komen.Twee uur later ( we begonnen al lichtelijk gestrest te raken) werden we opgehaald en in een onooglijke auto vol deuken en butsen gingen we op weg. Het bleek dat het vliegveld pas verplaatst was. Eerst lag het in de stad,maar nadat er een vliegtuig de stad in was gevlogen en er een hoop doden waren gevallen werd het vliegveld verhuisd.
Vrijdag is de drukste dag en de driebaansweg gaat over naar een éénbaans voor een brug die ook nieuw was omdat de vorige was weggespoeld. Onderweg kwamen we 2 dode honden tegen en als je geen last hebt van wagenziekte dan krijg je het vanzelf. De ramen open zetten helpt hier niet tegen want in de file adem je de zwarte rookpluimen van de bussen in. Al zigzaggend probeerde onze chauffeur zo snel mogelijk vooruit te komen, maar ja, hij was niet de enige die dat probeerde. Afijn in Quito aangekomen stapten we over op de bus naar Otavalo, ongeveer 100 km verderop op zo´n 2500 mtr. hoogte. Gelukkig hebben we niet gezien waar we langsreden anders hadden we beslist een hartverzakking opgelopen. De ravijnen zijn hier erg diep en er is vaak geen vangrail langs de weg. Verder was het vast erg steil want ik hoorde alleen maar de remmen piepen als ik even wakker schoot. Om 23.00 uur kwamen we veilig op het eindstation aan waar we werden opgehaald door Dante, de zoon van de Hostel eigenaar.
Op zaterdag zijn we naar San Pablo gegaan. De bussen werken hier net zoals de taxi´s bij ons. Ze staan in de rij om hun vrachtje op te halen en voor 20 minuten rijden ben je $0,25 kwijt. Voor deze korte stukjes hoef je geen kaartje te kopen, er wordt gewoon regelmatig geld opgehaald om de 3 haltes.De pinups naast de christusafbeeldingen die in elke locale bus te vinden is en is je kind moe, ach dan gaat hij toch lekker liggen.