Verder moet wachten
We overnachten inVila Praia de Ancora op een camping met een oude watermolen aan de rivier de Ancora. De pijnbomen zijn hier enorm, je kan er heerlijk fietsen en het strand is uitgestorven.
Via Braga trekken we doornaar Terras de Bouro het verste punt van onze reis. In het bergachtige National Park Peneda-Gerês kunnen we weer mooi gebruik maken van onze wandelschoenen. We zien onderweg een heleboel Espigueiros.Deze bouwsels lijken op een soort grafhuisjes met kruis en al, maar later lezen we dat het graanschuurtjes zijn van hout of graniet gebouwd op zuiltjes en voorzien van latten voor de ventilatie. Geen kip kan hier een graantje uitpikken. Op een oude Romeinse weg volgen we de gele en blauwe stippen, maar na 2 1/2 uur wandelen (Maarten zelfs in blote bast want er is toch niemand te bekennen) keren we toch maar om om te voorkomen dat we tot St. Juttemus blijven lopen en niet voor donker thuis zijn. Op de camping aangekomen zie ik, onder het genot van een koel wit wijntje, iets in mijn ooghoeken verschijnen. Een enorme pad, groter dan een grote mannenhand, sluipt langs ons. Als hij stil zit denk je dat het een steen is, dus je schrikt je rot als hij ineens begint te lopen.
We hadden nog graag verder getrokken, maar we moeten ook nog terug dus Porto met de heerlijkste port ter wereld zal helaas tot een andere keer moeten wachten. We breken de boel op en rijden via prachtige wijngaarden weer richting het Noorden.
Reacties
Reageer
Laat een reactie achter!
- {{ error }}