marietteouwehand.reismee.nl

De weg terug

In één ruk rijden we de kortste weg door Spanje naar Ile d' Oléron, het middelste van de drie schiereilanden aan de westkust van Frankrijk. Over de nieuwe brug komen we het eiland op met een mooi uitzicht op de oude brug en het fort. Als we een rondje fietsen moeten we natuurlijk naar de haven om de vissers in- en uit te zien varen, in de kleurige huisjes van kunstenaars rond te snuffelen en het getij te zien.

De volgende stop is Tours aan de Loire. Hier gaan we eens even de kortstefietstocht maken die er volgens de camping mevrouw is.De fietsen doen het prima, we rijden langs de grotwoningen langs deLoire en genieten al kletsend van de tocht. Daar waar we deLoire over wilde steken bleek alleen een trein te rijden en ook mijn verkorte route door het veld bleekte eindigen inhet niets. De volgende brug konden we gelukkig over en zo waren we na 30 kilometer op de terugweg. De kastelen onderweg hebben we maar niet bekeken want we moesten nog een heel eind. Afijn, eindelijk komen we in Tours waar we dwars door de stad weer een brug moesten zoeken naar de overkant. Maarten scheet zeven kleuren maar mijn ervaringen op de fiets in Lima waren niets bij dit stadstochtje. Gewoon oogkleppen op en doorfietsen dan overleef je het vanzelf. Over de brug naar links waar we helaas op de provinciaalse weg belandde moesten wewederom omrijden. Uiteindelijkkwamen we na 70 kilometer fietsen, met een achterwerk van hout en een band die op de camping lek bleek te zijn weer op ons stekje aan. Dat doen we dus voorlopig niet weer.

In Parijs staanwe op de stadscampingin Maisson-Laffit en rijden wemet de metro naar de stadom te lunchen. De Notre Dam bestaat 800 jaar dus de moeite waard om te bekijken. Bijna waren we vergeten van welk metrostation we 's morgens vertrokken waren, maar gelukkig staat dit op ons kaartje anders zwierven we er nu nog rond op zoek naar onze bus.

De laatste stop is bij Leo in Liempde om de slaapzakken en overig geleend spul terug te brengen. De 14e moeten we weer terug zijn want dan gaan de schroeven uit Leanne haar enkel en deze keer wil ik daar natuurlijk bij zijn. De 18e ga ik weer aan het werk na 16 weken van belevenissen. Wat is de tijd omgevlogen. Het enige wat ik vroeg of laat nog moet doen is de foto's uitzoeken zodat ik later met mijn (klein)kinderen nog eens kan nagenieten.

Verder moet wachten

We overnachten inVila Praia de Ancora op een camping met een oude watermolen aan de rivier de Ancora. De pijnbomen zijn hier enorm, je kan er heerlijk fietsen en het strand is uitgestorven.

Via Braga trekken we doornaar Terras de Bouro het verste punt van onze reis. In het bergachtige National Park Peneda-Gerês kunnen we weer mooi gebruik maken van onze wandelschoenen. We zien onderweg een heleboel Espigueiros.Deze bouwsels lijken op een soort grafhuisjes met kruis en al, maar later lezen we dat het graanschuurtjes zijn van hout of graniet gebouwd op zuiltjes en voorzien van latten voor de ventilatie. Geen kip kan hier een graantje uitpikken. Op een oude Romeinse weg volgen we de gele en blauwe stippen, maar na 2 1/2 uur wandelen (Maarten zelfs in blote bast want er is toch niemand te bekennen) keren we toch maar om om te voorkomen dat we tot St. Juttemus blijven lopen en niet voor donker thuis zijn. Op de camping aangekomen zie ik, onder het genot van een koel wit wijntje, iets in mijn ooghoeken verschijnen. Een enorme pad, groter dan een grote mannenhand, sluipt langs ons. Als hij stil zit denk je dat het een steen is, dus je schrikt je rot als hij ineens begint te lopen.

We hadden nog graag verder getrokken, maar we moeten ook nog terug dus Porto met de heerlijkste port ter wereld zal helaas tot een andere keer moeten wachten. We breken de boel op en rijden via prachtige wijngaarden weer richting het Noorden.

Riviermondingen

Vier Rías (riviermondingen) vormen samen de Rías Bajas: Ría de Muros y Noia, de kleinste waarin de Tambre uitmondt; Ria de Aurusa, Ría de Pontevedra met de mooie stranden en Ría de Vigo. De mensen in deze regio leven van de zee. Er zijn veel ankerplaatsen in de verschillende baaien en we kijken bij Mirador de la Curota op 512 meter hoogte uit over de Ría de Arousa, Vabo Corrubedo en de Sierra del Barbanza. Onderweg zien we de uitgestrekte oesterkwekerijen.

We rijden via Santiago de Compostella en lopen een piepklein stukje van de pelgrimstocht.In de drukke badplaats Sanxenxo genieten we van de zon en de zee, maar lezen we ook in de krant dat op 24 juli ter hoogte van Santiago, op het traject van Madrid naar Ferrol, een trein is ontspoord. De topstnelheid van deze trein is 250 km/uur en met een veel te hoge snelheid is hij uit de bocht gevlogen. Er waren 79 dodelijke slachtoffers en 130 (zwaar) gewonden.

Als ik later oud ben

We vervolgen onze tocht langs de kust met onze groene reisgids in de hand. Volgens deze gids is Viveiro, prachtig bezongen door de schrijver Nicomedes Pastor Diaz (dus dat moet wel wat zijn) in de provincie Galicië, een geweldige havenstad. Als we er doorheen rijden op zoek naar de uitgezochtecamping, zien we een enorme hoeveelheid flats, weinig oude gebouwen (maar dat kan om dat we misschien aan de verkeerde kant van de stad zitten) en een boel drukte. De camping zelf staat afgeladen vol en aan haringen in ons bord hebben we geen behoefte dus trekken we door naar Valdoviño.

Vlak voor de camping kan je een caballo huren, dus ik probeer voorzichtig Maarten hier warm voor te krijgen. Ik verheug me al op een woeste rit door het landschap waar niemand, alleen wij, komen. Maar helaas is hij, net als Coosje toe we de route del muerto bespraken, niet te vermurwen. De camping ispas uitgebreid zodat weeen heel veld voor ons alleen hebben met een geweldig sanitair. Om te skypen en te appen moeten we naar de receptie waar ook een bar is. Heerlijk is het hier.In de zon genieten we van een wijntje ( € 1,20) en een biertje ( € 0,80 ,kleppen we met het thuisfront en sturen foto's naar elkaar. We kopen op de markt twee "drollenvangers" voor onze dames, die overigens heerlijk zitten als het warm is. Misschien hou ik ze gewoon zelf want in Nederland schijnt een hittegolf het land te teisteren.

We beklimmen een berg met een mooi uitzicht op de oude stad en de haven. Wonderlijk genoeg liggen hier nauwelijks boten. Wel zien we heel veel oude mensen, met of zonder rolstoel of met krukken en rollators die op de boulevards rond kuieren of rollen. In dit heerlijke klimaat met prachtige boulevards,waar je heerlijk aan het strand kan zitten of met je blote voeten, ondersteund door krukken, in de zee kan staan zou ik wel oud willen worden.

Pieken en dalen

De Picos de Europa, die zo’n 30 kilometer van de kust beginnen, bieden de kans om te ontsnappen aan de zomerse hitte en de overvolle stranden. Snel stromende rivieren en ravijnen doorsnijden dit oude kalkmassief, het hoogste van het Cantabrisch gebergte. De pieken zijn door erosie ontstaan en zijn bedekt met eeuwige sneeuw. In 1995 werd dit gebied een nationaal park om de ruim 64.000 ha flora en fauna te beschermen.

Op 1000 meter hoogte strijken we neer op een camping in Fuente Dé, een trekkerscamping waar veel wandelaars komen. De receptie van de camping is boven in een oud huis waar we begroet worden door een langharige grijsaard die over zijn stalen brilletje kijkend ons mas despacio (heel rustig) in het Spaans de gang van zaken uitlegt. We kunnen onze plek zelf uitkiezen want de camping is half leeg. Onder het huis is een klein restaurant waar je op banken van pijnboomhout een glaasje kan drinken en via whatsapp het contact met de familie kan onderhouden.

Als je in de Picos bent, kan het natuurlijk niet anders dan dat je gaat wandelen. Maar ja, dan is het natuurlijk wel wat lastig als je je wandelschoenen vergeten bent. Maar niet getreurd, op onze sandalen moet het ook vast lukken, dus de volgende dag gaan we op pad, slechts een wandeling van een kleine 3 ½ uur. De routes zijn goed aangegeven dus geen probleem.

We starten vol goede moed. Het eerste stuk is beschaduwd en we stijgen licht. Het uitzicht is geweldig, we komen niemand tegen en overal bloeit gele brem, knalblauwe distels (ze lijken bijna niet echt zo'n neonachtige kleur) en een zee van andere bloemen. Na anderhalf uur (af en toe uithijgend want het is toch iets steiler dan we dachten), komen we bij een bord die volgens ons de verkeerde route aangeeft want die gaat recht de berg op en een pad is niet te zien. We besluiten na een kleine discussie om het pad te blijven volgen want zo te zien lopen we gewoon om de vallei heen dus binnenkort komen we vast op de helft en keren we via het dal terug. Nou mooi niet! We lopen en we lopen maar die bocht naar links is in geen velden of wegen te bekennen en na 3 1/2 uur besluiten we dan toch maar om om te draaien want de weg brengt ons steeds verder van de camping af. Afijn, de terugweg was misschien nog wel mooier dan de heenweg (ja, ja we roken de stal) en met voeten vol blaren, pijn in ons rug en knieën komen we vijf uur later weer terug op onze stek. Ja ik weet het, geoefende wandelaars kopen altijd een kaart in plaats van te vertrouwen op bordjes (en het bleek achteraf dat we nog wel tot Sint Juttemis hadden door kunnen lopen want de weg die we gekozen hadden ging overal heen maar niet met een rondje terug), nemen voldoende water mee en gaan zeker niet op sandalen aan een tocht beginnen, maar ach we dachten even een ommetje te maken

Undecided

Omdat we het zonde vinden om de komende dagen op de camping rond te hangen, kopen we de volgende dag in Potes goede wandelschoenen (de oude zijn toch al 10 jaar oud dus dat moet kunnen), stokken en een fatsoenlijk rugzakje dat niet tegen je rug aan plakt, zodat we de komende dagen kunnen genieten van al het moois hier.

Met de kabelbaan gaan we over de gletsjer naar 1800 meter waar we een geweldig uitzicht hebben op het gletsjerdal en de bovenloop van de rivier Deva. We lopen door de sneeuw naar de berghut "Refugio de Aliva" en de indrukwekkende Horcados Rojos. Als we terug bij de camping zijn horen we dat er een Engelse jongen vermist wordt die even een andere route wilde nemen dan de groep waarmee hij was. We hadden al wel helikopters gehoord maar er nooit bij stil gestaan dat dit de reden zou zijn. Zo zie je maar, het gevaar is er zomaar en zeker in de bergen. Het doet me denken aan de mensen die door de reddingsbrigade binnen werden gesleept toen we zeilden omdat zij de gevaren van het IJsselmeer zwaar onderschat hadden. Ik hoop maar dat alles goed is gekomen.

Ook de volgende dagen verkennen we de bergen. We gaan met de kabelbaan omhoog en lopen via geitenpaadjes weer naar beneden. De Cantabrische bruine beer die hier los rond schijnt te lopen zijn we helaas niet tegen gekomen. We hadden al wel een ontsnappingsplan bedacht:)

Na vijf dagen wandelen zijn we toch weer aan luieren toe dus pakken we ons boeltje weer in en trekken verder.

Haringen in je bord

Via Biarritz en San Sebastian ben je in een sneltreinvaart in Noord-Spanje. Langs de kust zijn er diverse tunnels zodat je langs, in plaats van over, de Pyreneeën rijdt. Vrienden van ons raadde ons een camping in San Vicente de la Barquera aan, van waaruit je lopend naar het strand kan en waar de bergen van de Picos de Europa vlak bij zijn. Om een uur of drie komen we er aan, lichtelijk geïrriteerd omdat de airco het begeven heeft en we daardoor half gekookt zijn. We hadden ons verheugd op een heerlijk rustige camping waar we ons tegoed zouden doen aan een lekker visje of zeevruchten met een koel glaasje witte wijn. Helaas is het enige waar we op getrakteerd wordeneen heel vaatje haringen van de buurtenten zowat in ons bord. Op zich voor een nachtje zou dat niet erg zijn, maar als het dan ook nog eens landgenoten zijn, je alles letterlijk kan verstaan en de bijna geheel ontklede lichamen voortdurend langs je bord drillen, dan hebben we bij voorbaat genoeg gegeten.

We zijn dan ook de volgende ochtend razend snel weg. Heerlijk zo’n busje. Alleen het dak inklappen en de stoelen binnen zetten zodat je binnen een kwartier alweer op weg kan gaan. Ik begrijp nu ook waarom we de Spanjaarden die we ontmoette in Zuid-Amerika niet konden verstaan. Ze spraken Baskisch, een taal die in de verste verte niet op Spaans lijkt.

Vervlogen tijden

Santillana del Mar ligt niet aan zee zoals je door de naam zou denken, maar een paar kilometer in het binnenland. Het is een museumdorp waar we natuurlijk niet zomaar voorbij kunnen rijden. De oude straten zijn geplaveid en er staan prachtige casonas, statige woningen met wapenschilden en met bloemen versierde balkons. We drinken een kopje koffie op een terras in de schaduw van eeuwenoude bomen en slenteren daarna weer verder. Leuk zijn de kleine werkplaatsjes waar van alles en nogwat van hout wordt gemaakt. Het is hier ongelofelijk schoon en netjes zoals het in de middeleeuwen vast niet is geweest. Op weg naar de kerk komen we langs casona de los Hombrones waarachter zich een merkwaardig foltermuseum bevindt.

We worden verwelkomt dooreen skelet op een raster gespijkerden als je binnen komt in een donkere ruimte dan zie je een keur aan folterapparaten. Bij elk foltertuig wordt uitvoerig uitgelegd hoe en waarom het werd gebruikt. Schandmaskers, kuisheidsgordels, duimschroeven, een rektafel en nog meer vreselijks. Opvallend is dat vooral de mannen en jongensbijzonder gefascineerd lijken van al dit monsterlijke. Wij hebben het snel gezien en gaan weer vlug de zon in.

De zon tegemoet

In Nederland is het al weken slecht weer en ik heb ook wel behoefte aan luieren op het strand na alle kou, dus besluiten we niet naar de Noordkaap te gaan want de weersvoorspellingen zijn daar matig met veel bewolking en af en toe buien.

We trekken daarom via België langs de kust naar Frankrijk. Ik heb er de pest in dat de Franse woorden maar niet meer in mijn hoofd terug komen, maar we redden ons met handen en voeten. Wonderlijk is dat de kleine campings geen van allen Wifi hebben zodat ik mijn regelmatige whatsapp met foto’s en al (iets wat ik de afgelopen weken goed heb kunnen ontwikkelen), in de koelkast moet worden gezet. De warmte waar we de afgelopen weken naar hebben gesnakt, is nu volop aanwezig.

We blijven een paar dagen in de buurt van Arès in Bordeaux. Op dit schiereiland vinden we een kleine camping van waaruit je mooi naar het strand kan fietsen al is dit een uur heen en een uur terug. De opgebouwde conditie moet natuurlijk wel bewaard blijven.

Na drie dagen hitte (ruim boven de 30 graden) besluiten we om verder te gaan naar Noord Spanje want het fietsen gaat steeds langzamer met deze temperaturen. Niet alleen de hitte maar ook de prijzen rijzen hier de pan uit, vooral de groenten in de supermercado en de verkoelingen op de terrasjes.