marietteouwehand.reismee.nl

Netjes

Wat mij 10 weken niet is overkomen (een of andere darminfectie na het eten van iets vreemds) dient zich nu in volle hevigheid aan zodra we in het vliegtuig zitten. Met het gevolg dat ik haastig naar de wc strompel, als de lichtjes met “fasten your seatbelts” net beginnen te branden door de vele turbulentie. Gelukkig zitten de dames en heren die ons tijdens de reis bedienen vastgesnoerd in hun stoelen zodat ze er niets van merken als ik snel naar de wc glip. Hoe is het mogelijk!

Ik kan me niet herinneren dat ik iets raars gegeten heb maar ja, daar heb ik nu niets aan. Het verbaast me dat de toeristenbussen in Zuid-Amerika meer ruimte boden dan de stoelen hier bij KLM/Air France waar we met 400 passagiers op elkaar gepropt naar Europa vliegen. In Parijs wachten we drie uur voor onze vlucht naar Amsterdam. We hebben mazzel dat we in Cusco ruim op tijd vertrokken uit ons hostal want ons vliegtuig naar Lima blijkt niet te vliegen maar de aardige baliemeneer kan ons gelukkig nog net inchecken bij een ander vliegtuig zodat we onze aansluitingen in Lima en Parijs niet zullen missen.

Op Schiphol worden we verwelkomd door een familiewelkomscomité inclusief onze dochter die twee weken geleden met een verbrijzelde enkel in het ziekenhuis belandde (de andere dochter zit in Vietnam dus die kon helaas niet komen). Dat was de enige keer dat ik linea recta naar huis wilde. Gelukkig bestaat er skype zodat ik in ieder geval kon zien of alles werkelijk goed met haar ging.

Wat me als eerste opvalt als ik weer voet op Europese bodem heb gezet, is dat alles hier zo enorm georganiseerd en netjes is. Er ligt nergens afval en de auto’s zoeven zeer gedisciplineerd langs elkaar. Geen getoeter, ruime afstand van elkaar en allemaal keurig netjes in het gelid. Het is even acclimatiseren de eerste dagen, vooral het gehaast en de chagrijnige gezichten in de supermarkt bij de kassa. De overvloed die er hier is vindt iedereen de gewoonste zaak van de wereld en ondanks dat ik blij ben weer terug te zijn, denk ik met weemoed aan de Indiginas die we ontmoet hebben, hun manier van leven en het ruige en onherbergzame landschap. Dan is ons vlakke, groene en keurige landschap met onze goed georganiseerde, schone en gehaaste maatschappij toch weer even wennen.

De laatste dagen

De laatste dagen verkennen we Cusco. We klimmen naar Christo Blanco die vanaf zijn hoge post uitkijkt over de stad en lezen op de Sacsayhuaman ( volgens een Amerikaan "the sexy woman" die we beslist moeten gaan bekijken) waar ook het Inti Raymi festival plaatsvond, een boekje in de zon. We eten nog een enorme maïskolf met kaas, maken de laatste foto's, zeggen voor de laatste keer no gracias tegen de verkopers, de massage dames, de schoenpoetser, reisverkopers en restaurant binnenlokkers.

Deze reis was een ervaring om nooit te vergeten. We hebben zoveel gedaan, zoveel gezien en zoveel geleerd. Ik wil zeker nog eens terug naar dit continent waar de natuur overweldigend is en de mensen een soort van rust uitstralen die in Nederland nauwelijks te vinden is.

Een mooie herinnering is dit reisblog (bedankt collega's!). Met zoveel indrukken en ervaringen was het de enige manier om dit vast te houden, want als ik het nu terug lees denk ik "o, ja dat was ik alweer vergeten". En ook de reacties zorgden ervoor dat ik trouw bleef schrijven. De taalgevoelige lezers zullen wel met afgrijzen naar mijn taal- en typefouten hebben gekeken die lastig te zien zijn als je met één vinger de verhaaltjes op de e-reader schrijft. Maar wees gerust, dat ga ik thuis op m'n gemak redigeren. Met het foto's plaatsen ben ik maar opgehouden, want dat kostte soms een kwartier per foto en dus uren in een internet café. Als we thuis zijn gaan we ook dat op ons gemak uitzoeken en kunnen jullie daar later nog van meegenieten.

Onze tassen staan nu ingepakt, we zetten onze hoed op en wachten op de taxi die ons naar het vliegveld zal brengen. Als we terug zijn gaan Maarten en ik nog zes weken rondtrekken in Europa, dus wie weet volgen er nog meer verhaaltjes.

Maar voor nu Hasta luego!

Aanbod en Vraag

In de zorg hebben we het er vaak over dat we meer vraaggericht zouden moeten werken als het over de aanvullende dienstverlening gaat, maar ik begin me hier af te vragen of dat wel de beste strategie is. Ik merk dat je als klant vaak geen idee hebt van wat je precies wilt en al helemaal niet waar je om zou moeten vragen.

Het aanbod aan diensten is hier enorm, of het nu gaat om schoenenpoetsers, restaurants, reisbureautjes, souvenir winkels of wat dan ook. Er wordt helemaal niet gevraagd wat je zou willen, nee alles wordt gewoon aangeboden, vriendelijk en vasthoudend. De goede verkopers halen je in een mum van tijd over, zelfs voordat je bedacht had of je sowieso wat wilde. We hebben gelukkig wel beter geleerd te onderhandelen over prijzen, of beter gezegd, het is bijna een sport geworden. Het blijkt dat bijna alles onderhandelbaar is, het is maar hoe graag de verkoper wat kwijt en jij wat rijk wilt.

In elke stad heb je in sommige straten wel 30 restaurantjes naast elkaar. Buiten staat iemand om je te vangen en te verleiden juist bij hen binnen te gaan. Zo ook op de markten met een overvloed aan truien, ponco's, lappen en hoeden. Opvallend is dat de concurrenten zo nauw samenwerken. Is de trui niet in je maat, dan rennen ze naar de buren om een passend exemplaar op te halen en is de wijn op, dan wordt er een fles bij de concurrent geleend. Het aantal reisbureautjes is ook niet te geloven evenals het aantal klantenvangers. Heb je eenmaal wat geboekt dan wordt het vervolgens vaak uitbesteed aan anderen.

Als klant is het haast onmogelijk om een keuze te maken want eigenlijk biedt iedereen hetzelfde en of de prijs-kwaliteit in verhouding is weet je pas achteraf.

Het enige verschil zijn de mensen. Niet alleen de verkopers die het beste zijn in verleidingstactieken, maar vooral de werkelijke leveranciers zoals de gidsen, de chauffeurs en de obers die het gemopper over zich heen krijgen als de verkopers een mooier plaatje hebben voorgeschoteld dan de werkelijkheid is. De grootste bewondering heb ik voor de mensen die in staat zijn om het gemopper van de klanten over niet uitgekomen verwachtingen, om te buigen naar vertrouwen dat zij de boel voor je in orde maken en je uiteindelijk zo tevreden stellen dat je hen (bijna) nog geld toe geeft voor een dienst waar je tevoren al teveel voor betaald hebt.

Machu Picchu

We vertrekken weer vroeg omdat we de zonsopgang niet willen missen en ons kaartje voor de Huayna Picchu oftewel Wayna Pikchu (Quechua voor'jongere bergtop'), alleen geldig is om tussen zeven en acht naar boven te gaan. De berg ligt aan de noordzijde van de Machu Picchu waarhet hoogste punt van de stad op 2700 meter ligt. Er mogen maximaal 400 mensen deze berg op in twee shifts. Op deze berg brachten de Inca's hun offers en hadden zij een wijds uitzicht over de stad en de omliggende valleien. Het pad naar boven bestaat uit honderden stenen treden. Hoe hoger je komt hoe smaller en stijler het pad wordt, tot je op het laatst door een stuk grot gaat om de top te bereiken. Lange, dikke mensen kunnen zich hier nauwelijks doorheen wringen. Het uitzicht is overweldigend. De zon is nu helemaal op en de stad lijkt maar klein op deze afstand. Aan de andere kant van de top gaan we weer naar beneden langs trappen zonder iets om je aan vast te houden en die niet breder zijn dan 50 cm, soms nog smaller. Uitzonderingen daar gelaten gaan de meeste mensen zijwaarts als krabben tegen de muur aangekleefd naar beneden. Halverwege komen we gelukkig weer op een breder gedeelte. Beneden aangekomen moeten we ons weer uitchecken, zodat de beveiliging zeker weet dat er niemand achterblijft of van de berg gestort is.

De rest van de dag brengen we door in de stad. Machu Picchu bestaat uit een plein, een woongedeelte, een kazerne en tempels, onder andere voor de zonne- en de maangodin. De oppervlakte van de stad is ongeveer 13 km2 en het lijkt op een richel te hangen met een uitzicht op de Uramba kloof. De stad werd in de 15e eeuw gebouwd door de Inca vorst Pachacuti, niet alleen voor koninklijke, maar ook voor religieuze doeleinden. Waarschijnlijk was het een soort buitenverblijf voor koningen en hovelingen want er zijn relatief veel verblijven voor edelen en weinig voor bedienden. De Inca's bereikten de stad via een stijl pad en het duurde meerdere dagen om er te komen waardoor de stad moeilijk bereikbaar was. Omdat de Spanjaarden deze stad niet hebben gevonden is hij zo goed bewaard gebleven. Pas in 1911 werd deze stad, volledig overwoekerd, ontdekt.

We lopen niet alles af, maar dromen weg op een van de vele trapterassen en lezen een boekje. Het is maar goed dat we niet voor de vierdaagse wandeltocht hebben gekozen want onze knieeën beginnen al aardig te kraken en het opstaan geeft ook wat gezucht en gesteun. Met de trein en de bus reizen we weer terug naar Cusco. We hebben nog een paar dagen om de stad te bekijken en dan is ons avontuur weer voorbij. De tijd is omgevlogen.

Net een bevalling

Om zes uur worden we opgepikt en nemen we de trein vanuit Aguas Calientes. Na wat heen en weer gezig-zag, net als de trein naar de duivelsneus een paar weken geleden, stappen we over in een busje naar de volgende vallei. We lopen tussen de bananen-, en sinaasappelbomen, voorbij koffieplanten naar een pad waarop we op weg naar de top slechts een ander gezin met gids tegen komen.
Tijdens het Inca tijdperk zijn veel tempels gebouwd en paden aangelegd in dit gebied. De meeste reizigers kennen de bekende Inca Trail als het enige Incapad, maar er zijn er veel meer paden te vinden waar de Inca's met hun karavaan van lama's over trokken.

Op dit 'alternatieve' pad komen we door een gebied met een tropisch klimaat, met prachtige bloemen waaronder zeker 10 verschillende soorten bromelia's. Eén soort groeit in de bomen met grote rood met gele paradijsbloemen en de begoniaplantjes die bij ons groeien zijn hier enorme struiken.
Het enige nadeel is dat het hier vol zit met muggen en wij hebben geen muggenspul mee. Aan het eind van de dag lijkt het of ik de waterpokken heb en de jeuk is even verschrikkelijk. Als de muggen in plaats van bloed vet zouden zuigen, dan zouden heel wat cosmetische chirurgen een stuk minder omzet draaien

Tongue Out
.

We klimmen 600 meter en ook al is het bewolkt en dus niet zo heet, en stoppen we regelmatig om uit te blazen, dan denk ik soms 'waarom doe ik dit eigenlijk?'. Dat heb ik overigens wel vaker gedacht in de afgelopen weken. Maar net als de vorige keren ben ik, als eindelijk de top is bereikt en ik een heerlijk broodje eet met uitzicht op de Machu Picchu, de ellende zo weer vergeten, net als bij een bevalling.

Omdat het 's nachts veel heeft geregend glijden we zowat de 600 meter naar beneden. Zonder te stoppen halen we het in twee uur en dat is maar goed ook anders missen we de trein en zouden we nog twaalf kilometer terug moeten lopen.

Bokkig

Voordat we met de trein naar Aguas Calientes vertrekken, het dorp aan de voet van de Machu Picchu, beklimmen we de berg tegenover het fort. Dit pad is niet onderhouden, heeft geen beveiligings railing en is angstaanjagend stijl, zodat je als een berggeit naar boven moet klauteren. Coosje houdt het halverwege voor gezien en zit verstijfd tegen de berg gekleefd na een blik naar beneden, dus laat ik mijn truien bij haar achter (het is ondertussen bloedheet) en klim verder. Soms is het lastig het pad te vinden, maar de geitenkeutels wijzen de weg. Halverwege hangen de oude Inca huizen, of beter gezegd wat er van over is over de rotswand heen. Het uitzicht op het stadje en het fort is mooi zo van boven maar echt ontspannen sta ik niet op een smal richeltje.

Als ik boven ben aangeland en me omdraai om terug te gaan, staat er ineens een bok voor de enige weg terug. Nou ben ik niet zo heel bang uitgevallen, maar als het beest met zijn kop omlaag op me afkomt ga ik toch maar heel snel achter een afgebrokkeld restant van een Inca muur staan. De enige andere weg is nog verder omhoog en langs de andere kant van de berg ergens naar beneden, maar dat kost zeker een paar uur en die tijd is er niet want we have a train to catch.
Met een paar schijnbewegingen krijg ik de bokkige bok een stukje naar boven en als een volleerde berggeit sjees ik langs hem.
Gelukkig achtervolgt hij me niet. Al herkauwend kijkt hij me na en ziet er nu een stuk aardiger uit.

Zoutpannen en Inca architectuur

We slapen voor het eerst uit tot acht uur en gaan na het ontbijt met de scooter-taxi naar het centrum om geld te halen en te kijken hoe we het beste naar de volgende plaats in de vallei, Ollantatambo kunnen komen. Bij het busstation worden we aangesproken door een taxichauffeur die ons voor een zacht prijsje naar de zoutpannen van las Salinas en Moray wil brengen. Op alle miradores (uitkijkpunten) zet hij de auto aan de kant zodat we weer heel wat foto's kunnen maken.
Onderweg zien we hutten van takken of ijzerplaat waar de daklozen wonen. Onduidelijk is of deze mensen van buiten de vallei komen om in dit mooie gebied te leven of dat dit mensen zijn die om andere reden op deze manier wonen.

Vanuit de zoutpannen nemen we natuurlijk zout mee dat in verschillende smaken, zowel voor het koken als voor in het bad, te kust en te keur te koop is.
Daarna bezoeken we verderop twee colosseums in Moray. Ik vraag me af wat hier werd opgevoerd in vroeger tijden.

Ook in Ollantatambo hebben we weer een heerlijk hotel met een prachtige bloementuin en een keramiek atelier. We houden siesta in een hangmat in de zon voordat we het fort bezoeken. De enige vesting waar de Inca's de Spanjaarden succesvol verjaagd hebben.

Valle Segrado

De heilige vallei, oftewel Valle Segrado, is een zeer vruchtbare vallei waar de Inca's veel van hun heiligdommen en ceremoniele centra oprichtten. Het landschap is prachtig. De vallei wordt gevoed door vele rivieren die afdalen door aangrenzende valleien en kloven. Ruim drie maanden heerst het regenseizoen en het droge seizoen met veel zon maakt de vallei tot het centrum van landbouw. Niet alleen voor de oude Inca's, maar tot op heden worden er mais en vele graansoorten verbouwd. Een groot deel van de bevolking draagt ceremoniele kleding en spreekt nog steeds de oude taal.

De eerste plaats waar we gaan kijken is het dorpje Pisac, bekend vanwege haar markt en de Inca ruines boven het dorp dat ooit een verdedigings fort was ter bescherming van de vruchtbare vallei. Op het hoogste punt waren de gebouwen van het bestuur en de administratie zodat zij de terras-valleien konden overzien die door een bergkam gescheiden zijn. Je ziet nu ook nog een enorme hoeveelheid gaten in de tegenover liggende rotsen waar de doden werden bijgezet. Onderweg drinken we nog een, door de plaatselijke boer, gebrouwen biertje. Echt lekker is het niet maar ja, een gegeven paard......

In een klein dorpje, ongeveer 20 minuten van Pisac, bezoeken we een project dat is opgezet om de zelfstandigheid van vrouwen in de traditionele gemeenschap te vergroten.
We krijgen een uitgebreide maaltijd van soep, een gekruide aardappel, quinua, verse groenten en natuurlijk thee van verse kruiden. Daarna worden we gekleed in de voor hen gebruikelijke kledij. (Ik moest even terug denken aan jaren geleden toen we met de boot in Volendam lagen. Vanuit de haven, onder het genot van een berenburgje keken we naar Chinezen die zich in een volendammer outfit hezen voor de foto. Maarten en ik vroegen ons nog af waarom een mens dat in zijn hoofd haalt. Afijn 25 jaar later doe ik het ook en natuurlijk moet dat ook op de foto

Sealed
.
Onze outfit bestaat uit een handgeborduurde rok, een zelf geweven omslagdoek en een soort kleedjeshoofddeksel. Ook in deze vallei heeft elke gemeenschap specifieke hoofdbedekking.
Ik denk dat de rokken speciaal voor bezoekers zoals wij in kingsize uitvoeringzijn gemaakt, want de vrouwen zijn niet groter dan 1.45 en heel tenger. Als we het veld ingaan om de bloemen en planten te plukken die de kleur aan de wol geven, springt zij als een hinde rond vergeleken met onze manier van bewegen. De rokken wiegelen om ons heen en ik voel me een beetje een lampenkap.

Eerst wordt pacha mamma geëerd en daarna laat zij ons zien hoe de wol gekleurd en daarna geweven wordt. Het weven van een omslagdoek kost twee weken! We mogen proberen de wol te spinnen op een soort tol en de draden spannen voor het weven, maar we bakken er niets van. Dus terug komen met een zelfgemaakte poncho zit er niet in. Het vakwerk van deze mensen vraagt jaren lange ervaring waar wij slechts even aan mogen ruiken.
We overnachten in Urubamba in een gerenoveerde haciënda met een tuin vol bloemen en 's avonds eten we naast de open haard.