marietteouwehand.reismee.nl

Reisgenoten

In dit onherbergzame land is het bijna onmogelijk om zelfstandig de natuur in te trekken. Daarom boekt iedereen de trips bij reisbureautjes die er in elke plaats in grote getale zijn. Alle tochten doen we in kleine groepjes en zo leer je elkaar snel kennen. Tot nu toe treffen we het steeds heel goed. Uit alle delen van de wereld komen we mensen tegen die alleen reizen, als stel of elkaar ontmoeten en daarna samen verder trekken. We delen onze ervaringen, geven tips, zetten elkaar op de foto zodat je bij thuiskomst kan laten zien dat je er echt geweest bent en lachen wat af om elkaars handen en voetentaal. Er worden heel wat mailadressen uitgewisseld en mensen nodigen je spontaan uit om langs te komen mocht je in de toekomst hun land willen bezoeken. Ook het leed delen we samen zoals de kou en alles wat opraakt als er in geen dageneen winkel in de buurt is. Zoals het wc papier dat op is door het vele neussnuitenen, de snacks die we verorberen als blijkt dat er in het hostel geen eten meer is en de zenuwen als de jeep strand. Ja, ja ook dat gebeurde. Eerst raken we in een slip door de sneeuw en kantelen we ternauwernood van de weg af. Vervolgens doen de ruitenwissers het niet en dan zie je niets in de sneeuwstorm en als er een nieuwe zekering wordt ingezet doet opeens niets het meer. Gelukkig blijkt onze alles kunnende chauffeur ook enig verstand van auto's te hebben dus na wat gepruts met koperdraadjes en ander spul kunnen we de tocht weer voortzetten.

Ik geloof dat al deze ontmoetingen, de andere levenswijzen, het met elkaar in gesprek gaan en de bereidheid om dingen te delen en elkaar te helpen me nog het meest treffen.

De contacten zijn meestal maar kort maar al deze reisgenoten maken het tot en belevenis.

Laguna's y montaΓ±as

Een andere chauffeur haalt ons op en brengt een stel uit Uruguay en een jongen uit de USA mee. We trekken verder en komen bij Isla Pescado, een eiland met cactussen van meer dan 900 jaar oud en sommige wel 12 meter hoog. We overnachten in een hostel van zoutblokken. De bedden zijn van zout, de stoelen en de tafels. De deuren zijn van cactushout net zoals de lampen en versieringen. Helaas is er weer geen stromend water, net als gisteren. Het is nu een heel aantal dagen geleden dat we gedoucht hebben en schone kleren hebben we ook niet meer. Een paar klerenwassen gaat niet want we kunnen het niet drogen. We vervolgen onze tocht langs de Chileense grens. De bergketens zijn enorm en het is een heel onherbergzaam gebied. We stoppen bij de vijf meren die er zijn, de een nog kleurrijker dan de ander. Er zijn hier veel flamingo's, variërend van wit, naar rood. Er zijn verschillende eenden soorten, sommige met blauwe snavels en een soort loopvogels met snavels die naar boven buigen. Het landschap verschilt sterk, van een kiezelwoestijn via een vlakte met vreemd gevormde lava stenen tot een met graspollen begroeide streek waar we kuddes ezels, lama's en vicuna's tegen komen. Er leeft hier ook een soort bergkonijn dat er met zijn lange staart en kleine voorpootjes meer als een kangoeroe uitziet dan als een konijn. Ze zijn bijna tam want ze komen gelijk af op de pasta die we niet meer op kunnen.

Het laatste meer van deze dag is Laguna Colorado, de kleuren zijn ongelofelijk waarschijnlijk door de mineralen die er in zitten.De verschillende kleuren van de avondzon weerspiegelen in het water dat voor een groot deel bevroren is. We maken een wandeling langs dit meer en op de terug weg begint het te sneeuwen. En niet zo'n klein beetje. Het gereserveerde hostel blijkt gesloten en in geen velden of wegen is er iets anders te bekennen. Onze chauffeur, kok en gids blijkt ook over inbrekers kwaliteiten te beschikken. We belanden in een verlaten hostel met verschillende grote kamers waar volgens de lucht zeker een aantal maanden niemand is geweest. We vinden een kamer voor zeven personen en later volgen nog andere groepjes. We warmen ons aan een minuscuul houtkacheltje, heerlijk knus zo met z'n allen op en kluitje. De volgende dag vertrekken we om vijf uur en rijden door een gebied met allemaal geisers naar het drielandenpun vanBolivia, Argentinië en Chili. Vervolgens liggen we om acht uur 's morgens op 4300 meter in een thermaal bad van 42 graden te genieten van het immense uitzicht. Heerlijk na al die kou.

Hoofddeksels

In de landen waar we komen heeft echt iedereen een hoofdbedekking. In Ecuador dragen de mensen hoedjes die nu bij ons ook in de mode zijn en hoeden met bredere randen die we gelijk hebben gekocht ter bescherming tegen de zon.

Als we verder reizen zien we dat in elke streek de mensen hun eigen hoedjes hebben. Witte bolhoedjes met geborduurde bloemen waaraan je kan zien of de draagster vrijgezel is of getrouwd, een soort bling-bling carnavals hoedjes, vilten kappen, stro hoeden, felgekleurde mutsen en natuurlijk prachtig geborduurde shawls.

Op de eilanden die we bezocht hebben breien de mannen hun eigen mutsen, rood/wit voor de vrijgezellen en gekleurde voor de getrouwde mannen. Hebben zij daar bovenop nog een hoed dan zijn het de dorpsoudsten. Onbegrijpelijk hoe de mutsen op hun hoofd blijven staan want ze zijn heel klein. Hier in Bolivia hebben de vrouwen ook bolhoeden en een soort taarthoeden, hoe die op hun hoofdblijven is ook een raadsel. Het past goed bij hun kleding, vele rokken over elkaar zodat de heupen super breed lijken (en vaak ook zijn). Dat is hier het schoonheidsideaal, een teken van vruchtbaarheid. We horen er al aardig bij en lijken net Michelin vrouwtjes met onze vier truien, een wollen lange onderbroek en daarboven onze gewone broek.

Onzekerheid?!

In la Paz aangekomen worden we vlak bij het hostel afgezet waar we kunnen douchen voordat de nachtbus vertrekt. De mensen van het reisbureau die als onderaannemers de tocht naar de zoutvlakte voor hun rekening nemen zijn ernstig geïrriteerd. Voor niets is er iemand naar de busterminal gereden om ons op te halen en ze werden pas om 1 uur die middag gebeld om please, please de tocht te regelen. Daarnaast hebben ze nog geen geld gezien dus willen ze eigenlijk niets doen. Tja, daar zit je dan. De nachtbus naar Uyuni vertrekt om half negen en de boel is niet geregeld. Opnieuw worden er kopieën gemaakt van de afspraken waarvan we gelukkig ook een Spaanse versie hebben gekregen en krijgen we onze bus ticket. De reis is 565 km waarvan 180 km op onverharde weg. Je begrijpt dat natuurlijk dat niemand een oog dicht doet. We hobbelen zo dat we de komende jaren geen trilplaatnodig zullen hebben om onze spieren weer in shape te krijgen (of zijn die al weer uit?) en het is ijskoud. De ramen zijn bevroren en gelukkig hebben we geen kunstgebit anders zou die er zeker uit geklapperd zijn. Iedereen heeft zijn schoenen uitgedaan zodat je je voeten omhoog tegen de stoel van degene voor je kan houden anders heb je aan het eind van de rit olifantsvoeten. Van een medereiziger blijken de schoenen verdwenen bij aankomst zodat ze op haar sokken de bus uit moet.

We worden in Uyuni opgevangen door travelagency Sandra, die weer een onderaannemer van de onderaannemer is. Het geld is nog steeds niet binnen maar we mogen uiteindelijk toch met de jeep mee. Dat vind ik nog het meest lastig, de onzekerheid of de afspraken die je gemaakt hebt nu wel of niet worden nagekomen. Want ja anders sta je hier inthe middle of nowhere en moet je maar afwachten hoe je weer terug komt.Afijn, we vertrekken met drie andere reisgenoten, een indiaan uit Ecuador en een jong Frans stel. We bezoeken eerst een treinenkerkhof. Wat een ongelofelijke hoop schroot is dat. En vervolgens gaan we het zoutmeer op. Daar halen we drie Chileense vrouwen op bij een hostel gebouwd van zout. Het is flink proppen in een jeep bedoeld voor zes passagiers, maar we hebben het zo in ieder geval niet koud.

Het zoutmeer is oogverblindend en enorm uitgestrekt. In het eerste gedeelte wordt nog zout gewonnen, het is nat en makkelijk opschepbaar. Rijden we verder dan is al het water verdampt en is het een keiharde witte massa met zeskantige patronen zover het oog reikt. De warme lunch is meegenomen dus als we allemaal uitgestapt zijn en ons vergapen aan die eindeloze vlakte, eten we ondertussenuit de kofferbak. We maken nog wat gekke gezichtsbedrog foto's en rijden dan door naar ons hostel in Coqueza. Dit hostelblijkt geen 2 kamers meer te hebben dus verblijven we met het Franse stel op de enige vrije kamer. Ik kan wel merken dat ik vroeger op school niet erg heb opgelet want ik weet bijna geen woord meer. Alleen Spaanse woorden komen in mijn hoofd op dus ik heb daarvan blijkbaar meer onthouden dan ik dacht.

Het uitzicht op de witte vlakte met flamingo's en aan de andere kant de vulkaan is prachtig. De volgende morgen lopen we naar boven en bekijken de mummies van een heel gezin in de grotten. De lucht is strak blauw en het is hier doodstil. Je hoort niet eens een vogel. Als ik dit schrijf zitten we buiten in de zon. Onze gids is gisteren avond vertrokken om de Indiaan en de Chileense vrouwen terug te brengen want die hadden een eendaagse-tour geboekt. Als het goed is zou hij ons om twaalf uur op komen halen, maar het is al een uur later dus we zijn benieuwd hoe het verder zal gaan, maar ja die onzekerheid hoort er ook bij.

Geregeld?!

Nog even skypen want Adine is jarig, voordat we vanuit Puno naar Copacabana vertrekken om daar, aan de Boliviaanse kant van het Titicacameer het eiland Isla del Sol te bezoeken. Dit is de eerste bezienswaardigheid van een vierdaags reisje in Bolivia dat we geboekt hebben bij een reisagentschap in Arequipa. De bedoeling is dat we dit eilandbezoeken en vervolgens doorreizen naarde meest zuidelijke provincie van Bolivia, Potosi, om daar de zoutvlakte te verkennen.Een vrouw reist met ons mee naar Cobacabana om daar de boel te organiseren. Ze spreekt nauwelijks verstaanbaar Spaans en geen Engels. In Copacabana aangekomen, na een vlotte grensovergang, beweert zij dat we de bootreis zelf moeten betalen. Na wat geharrewar (wij houden natuurlijk voet bij stuk) geeft zij ons toch de vouchers voor de boot, het hostel en de bustocht later naar la Paz en geld voor de boottocht terug. Dit alles geeft flinke vertraging, we missen de geplande boot en de volgende vertrekt ook nog een uur te laat zodat we pas tegen vieren op het eiland aankomen. Ook de vrouw van het hostel wil geld zien want zij beweert dat de voucher niet gedekt is. Ook hier is een flinke discussie nodig. Uiteindelijk mogen we toch een kamer kiezen. Maar de eerstekamer heeft geen stromend water, de tweede heeftgeen licht en de derdegeen lakens. De laatste kamer heeft wel allesmaar het afgesproken ontbijt krijgen we niet. Door al dit gedoe hebben we de trip naar de Inca ruines gemist zodat we zelf op onderzoek uitgaan en genieten van een prachtige zonsondergang.

De volgende dag vertrekken we met de boot van 8.30 omdat we niet het risico willen lopen de bus naar la Paz te missen. Het regent pijpestelen en het is steenkoud, dus geen sol. De bus blijkt bij de verkeerde maatschappij geboekt te zijn. In een internetcafe schrijven we een boze mail naar het reisbureau, maar die reageert niet. We stappen op de bus en hopen er het beste van.

Leven als een indiaan

5, 6 en 7 juni

Met de bus trekken we verder naar Puno. Uren rijden in het eindeloze berglandschap. De bus zat vol, maar onderweg komen we een bus met pech tegen. Alle passagiers stappen bij ons in zodat we als haringen in een ton de reis voortzetten. Je went echt aan alles, ook aan een volgepakte bus waar iedereen een keur aan luchtjes uitwasemd.

We kunnen in Puno nog mooi even handschoenen kopen, een trui en kadootjes voor ons gastgezin waar we de volgende dag gaan overnachten en een heerlijke pizza eten voordat we ons nieuwe avontuur op het Titicaca meer beginnen.

De volgende dag trekken we met een boot naar naar de drijvende eilanden Uros. Deze eilandjes zijn gemaakt van riet dat in het meer groeit. Er zijn ongeveer 70 van deze eilandjes waar kleine families wonen. Alles is van riet, het eilandje zelf (het golft als je er op loopt), hun huisjes en hun boten. In vroeger tijden zijn mensen dit meer opgetrokken om te ontsnappen aan de toenmalig heersers en deze traditie is voortgezet. Het is wonderlijk hoe deze mensen leven. We maken een tochtje in hun boot en krijgen uitleg over het leven van deze mensen.

Daarna varen we verder naar het eiland Amantani. Hier krijgen we een gastgezin toegewezen. Onze gastvrouw haalt ons op. ze ziet er prachtig uit in haar traditionele klederdracht. Gelukkig loopt zij langzaam want we zitten ook hier op grote hoogte (het meer zelf ligt op 3810 meter en is het hoogste meer ter wereld), en ondertussen breit zij met mini naaldjes al wandelend een muts. De families op dit eiland leven van hun eigen verbouwde groenten en aardappelen en van toeristen die bij hen de nacht doorbrengen. Ze eten alleen bij zeer bijzondere gelegenheden vlees of vis. We lunchen met 3 verschillende soorten aardappels en wortelen met een soort pannekoekje erbij. We krijgen een muts aangeboden omdat het hier erg koud is en al de hele dag bewolkt. Daarna worden we teruggebracht naar de verzamelplaats van waaruit we een wandeling maken naar het hoogste punt van het eiland. Hier is een heilige tempel die we helaas niet kunnen bezichtigen en zien we de zon onder gaan. ´s Avonds eten we weer bij ons gastgezin, rijst met bonen. Dit gezin heeft 3 kinderen, het huis is heel klein, we kunnen net in de woonkamer/keuken en we horen dat de familie elke dag om 5 uur opstaat om verderop in het dorp water te halen (niemand heeft stromend water). De man werkt op het land en hier gaat niets machinaal. Het lijkt of we in de vorige eeuw beland zijn. Het land wordt met een troffel bewerkt en alles gaat met de hand. Het werk op het land wordt zowel door de mannen als de vrouwen gedaan. De afwas wordt op de grond in de kamer gedaan met koud water, je wast je in een teiltje (er is geen douche) er is geen verwarming en de toilet spoel je door met water uit een emmer. Deze mensen hebben naar onze maatstaven niets. Ze staan vroeg op, zijn de hele dag aan het werken op het land of rond het huis en liggen om 8 uur ´s avonds in bed. 1x per jaar gaan zij naar Puno om kleren te kopen. Ze wonen op de 1ste verdieping (op de begane grond is de toilet en allemaal oude troep) op een soort vide waar geen reling is. Hun kinderen (2 kleintjes van 2 en 4 jaar) lopen daar rond en zouden zo naar beneden kunnen vallen, doodeng. ´s Avonds zou er nog een feest zijn maar we zijn bekaf dus liggen we ook om 8 uur in bed. Met onze muts op, handschoenen, truien en wollen onderbroek aan.

De volgende dag gaan we naar het eiland Taquile. Op dit eiland wonen ongeveer 2000 mensen in 6 communitys. Ook dit eiland heeft een heilige plaats op de top. Volgens oud gebruik lopen wij 3x om deze plaats heen en doen een wens. We krijgen uitleg over de tradities en the way of live. Er is hier geen overheid die zich met de mensen bemoeit. Elke zaterdag komen de community oudsten bij elkaar en worden de eventuele problemen besproken en wordt er gezamenlijk naar een oplossing gezocht. Deze dorpsoudsten bemiddelen ook bij huwlijksproblemen en andere zaken die hulp behoeven. Je herkent de dorpsoudsten aan hun bontgekleurde mutsen met daar bovenop een hoed.

Morgen gaan we vanuit Cobacabana naar Isla del Sol, ook een eiland in het Titicacameer maar dan in Bolivia.

Uitdagingen

2, 3 en 4 juni

Om drie uur ´s nachts worden we opgehaald voor een trekking van drie dagen. We hebben weinig geslapen door het gesnurk van de Mexicaanse buurman en het tl licht dat de hele nacht knettert. We zitten met 14 mensen in een busje en het is ijskoud, niet te geloven gewoon. De dame van de travel agency heeft ons op het hart gedrukt om zonnebrand, water, een hoed en een zwempak mee te nemen, maar heeft niets gezegd over de ongelofelijke kou (en overige zaken die van belang zijn, maar dat volgt later). De raampjes van het busje gaan steeds vanzelf open en ik voel me steeds beroerder worden. Niet alleen door de kou (de gidsen zitten met ski-jacks, mutsen en handschoenen in de bus) maar ik krijg last van hoofdpijn en voel me vreselijk misselijk. Na 2 uur rijden kan ik nog net op tijd aangeven dat ik er uit moet en de bus staat nog niet stil of ik ben er al uitgesprongen zodat de maaltijd van de dag tevoren niet in de nek van degene die voor me zit terecht komt. Ik krijg gelijk 98% alcohol onder mijn neus geduwd en een warme shawl om. Volgens de gids is dit nu hoogteziekte. We zijn ondertussen op 4000 meter beland, de beekjes zijn bevroren en aan de rotsen hangen ijspegels. Omdat we net van de kust komen hebben we geen gelegenheid gehad om te aclimatiseren, vandaar waarschijnlijk. Ik bof want nu mag ik voorin zitten waar het lekker warm is en ik een goed uitzicht heb. We ontbijten 1 ½ uur later in Chivay en gaan daarna verder naar Cruz del Condor met het uitzicht over de Cañon del Colca, dit is een rivier die op 5000 meter ontspringt en in de loop der tijd een diepe kloof heeft uitgesleten. Deze kloof is een van de diepste ter wereld met haar 4000 meter vanaf de vulkaan Yajirhua tot de bodem. Condors nestelen tegen de wanden van de kloof en we zien er velen, de zwart/witte mannetjes en de bruine vrouwtjes. Ze zijn enorm.

We rijden verder naar pampa san Miquel en krijgen samen met een stel uit Tsjechië en een meisje uit Spanje een gids, Juan, toegewezen. We hebben nog even de tijd om truien uit te trekken (we hebben alles aangetrokken wat we meegenomen hadden van huis) want het begint al aardig warm te worden, zonnebrand op te smeren en dan gaan we op weg naar beneden. We lopen in het begin nog gezellig te kletsen en maken kennis met onze groepsgenoten, maar het is erg stijl, het wordt steeds heter en de hoogte blijft ons parten spelen. We hadden ons voorbereid op een niet al te zware wandeltocht, dus mijn wandelstokken heb ik in het hostel gelaten, maar na 1 ½ uur bleek het pad versperd en moesten we stijl omhoog en daarna weer naar beneden. Het is ondertussen op het midden van de dag. De zon schijnt onbarmhartig, de temperatuur is opgelopen naar ongeveer 35 graden en er is nergens een plekje schaduw. Coosje zegt dat zij zich niet lekker voelt dus ik raad haar aan even te gaan zitten. Dan gaat ze opeens out. Geen beweging meer in te krijgen en lijkbleek. De gidsen zijn wel een en ander gewend maar zij ligt er zo ver van de wereld bij dat ik bijna denk dat zij hier op de berg het loodje gaat leggen. De gids wil al bijna reanimeren maar ik roep nog dat ze niets aan haar hart mankeert alleen een lage bloeddruk heeft. Het enige dat we kunnen doen is haar koelte toewaaien en water op haar polsen gieten maar het duurt toch een hele tijd voor zij weer bij haar positieven komt. Dat was een hele schrik en we moeten nog een heel eind en dus een flinke uitdaging. Soms dacht ik, dit trekken we niet meer vooral omdat het tempo van wandelen voor ons tehoog ligt ( we zien hier niemand van onze leeftijd, de gemiddelde leeftijd van de mensen die deze toch maken schat ik zo eind twintig). Gelukkig zijn we niet de enige, er zijn mensen die last van hun knieën krijgen, geen adem hebben of duizelig worden. De gidsen zorgen dat er niemand achterblijft want, hoe gek het ook klinkt, je bent op zo´n berg zomaar de weg kwijt. Ruim 5 uur later arriveren we op onze overnachtingsplaats, we zijn ruim 1300 meter gedaald. We lunchen en liggen vervolgens de rest van de middag uitgeteld op ons bed. De jongeren mogen nog hout halen want er is geen electriciteit en er wordt gekookt op een houtvuur.

Na het avondeten wisselen we verhalen uit met de andere groepen en om half 9 ligt iedereen in bed. Niemand heeft meer zin om te douchen (die zijn koud) want als de zon weg is dan is het hier weer heel koud. Met het licht van onze telefoon vinden we de weg naar de w.c. en onze kamer. Gelukkig heb ik een aansteker bij me zodat we een kaarsje kunnen branden want zonder licht is het lastig om in een vreemde omgeving je weg te vinden.

De volgende dag vertrekken we om 8 uur. We trekken naar een oase verder het dal in. De uitzichten zijn spectaculair, ik kan er geen genoeg van krijgen. Opnieuw is het weer heel heet, maar we lopen vroeg in de morgen dus minder heet dan gisteren. Tegen elven zijn we op de plaats van bestemming. We nemen gelijk een duik in het water om al het stof van 2 dagen af te spoelen. De rest van de middag luieren we wat, kaarten met de Tjechen en genieten van de rust.

De derde dag wacht ons een nieuwe uitdaging. De gids raadt ons ten zeerste af om naar boven te gaan lopen. Weer 1300 meter omhoog en we moeten dit in 3 ½ uur doen omdat anders de rest van het programma in de soep loopt. Het alternatief is een muildier nemen, want dit is het enige vervoersmiddel van en naar de kloof. In eerste instantie denk je nog, ach we gaan om 5 uur weg, dat gaat vast lukken, iedereen gaat lopen dus waarom wij niet. Maar goed, gezien het afzien van de 1ste dag toch maar de raad opgevolgd (achteraf bleek dat we niet de enige waren, zeker 15 mensen gingen ook op deze manier naar boven). Er komt een man met de muildieren aan, je wordt er op geholpen en het muildier gaat er gelijk vandoor. Coosje ging als eerste en zat verkrampt van angst in het zadel. Gelukkig heb ik paardgereden dus dan zit je iets relaxter, maar ja, je hebt geen enkele controle over zo´n beest. Hij gaat zijn eigen gang en natuurlijk lopend op de randjes. Het paadje was inderdaad stijl omhoog en als je dan de afgronden ziet, kan je maar beter een schietgebedje doen, je goed vasthouden en er het beste van hopen. Dat beest van mij wilde ook steeds inhalen dus elke keer als het paadje iets breder werd zette hij de gang erin om aan de buitenkant er langs te gaan, wat uiteindelijk lukte. Toen we boven afstapten liepen we natuurlijk met o-benen en hadden we pijn in ons handen van het vasthouden aan het zadel om er niet af te glijden, maar het was een onvergetelijke tocht en 100x beter dan lopen.

Na het ontbijt rijden we met de bus naar een vulkaan op 4910 meter waar we uitzicht hebben op de vulkanen in de omgeving. Onderweg zien we wilde lama´s, alcapa´s en vicuñas, waar de fijnste wol van komt.

Deze tocht was een uitdaging om nooit te vergeten.

Verder naar het Zuiden

Denken we alles goed geregeld te hebben, komt de bus drie kwartier te laat zodat we pas na zevenen in Ica aankomen terwijl de bus daar om zeven uur vertrekt. Wat een ergernis is dat zeg, vooral als er dan ook nog een omweg wordt gemaakt zonder dat duidelijk is waarom. Gelukkig blijkt de nachtbus naar Arequipa ook vertraging te hebben dus we halen hem nog net.

We reizen samen met een stel uit Mexico wat als voordeel heeft dat ze goed Spaans spreken. Dus zij reserveren een hostel en zorgen voor een taxi. We delen de kosten en ontbijten gezamenlijk op het dakterras met uitzicht op vulkaan Misti, een berg met eeuwige sneeuw waarvan de top op 5825 meter ligt. Zij ontbijten met cuy, patatas en allerlei ander vet spul wat wij alleen ´s avonds eten. Wij houden het maar bij een gewoon broodje met jam want we groeien hier toch al flink met 2x per dag warm eten, bergen met bonen en rijst dus dat zet wel aan. Het hostel ligt vlak bij het centrum zodat we direct bij het Plaza de Armas zijn (zo heet volgens mij elk plein in elke stad en dorp hier).Het plein is vol met mensen die de duiven voeren en gezellig op de bankjes of op de trappen van de kathedraal zitten te kletsen. We bezoeken het museum met de beroemde mummie Juanita die in 1995 ingevroren werd gevonden op de vulkaan Ampato. Het is een jong meisje dat 500 jaar geleden op de berg werd geofferd om de Apu (bergod) mild te stemmen.

Arequipa is een stad met veel witte gebouwen een veel koloniale architectuur. Zij heeft de bijnaam Ciudad Blanca (witte stad) en ligt op 2300 meter hoogte. We lunchen op het plein heerlijk in het zonnetje. Veel te mooi weer om het klooster of kerken te bezoeken. Morgen vertrekken we voor een drie daagse tocht naar de Cañon del Colca, een van de grootste kloven ter wereld.

Daarna trekken we verder naar Bolivia, voor Chili hebben we geen tijd meer helaas.