marietteouwehand.reismee.nl

Gewijzigde plannen

Van Baños zouden we gelijk doorreizen naar Cuenca maar om 7 uur ontmoeten we bij het busstation zwei Bayrische Herrn. Eén daarvan reisde 15 jaar geleden rond in Zuid-Amerika en laat nu zijn vriend het land zien. We raken aan de praat en zij vertellen dat het erg jammer zou zijn als we El nariz del Diablo zouden missen. Alweer een duivel dus dat zou vast spectaculair worden. Deze kans konden we natuurlijk niet laten lopen. Via Rio Bamba (2750 meter) reizen we daarom naar Alausi. Onderweg zien we de besneeuwde toppen van de Chimborazo (Sultan van de Andes), de hoogste berg van Ecuador met 6310 meter. In Alausi nemen we de trein die zich heel langzaam, afwisselend voor en achteruit zigzaggend een weg baant door het rotsachtige, met cactussen begroeide landschap. Omdat het spoor even voorbij Sibambe door de gevolgen van een landverschuiving ernstig is beschadigd, gaat de trein vanuit de Duivelsneus weer dezelfde route omhoog naar Alausi. We overnachten in een hostel waar San Pedro vanuit zijn standplaats, recht onze kamer inkijkt. Elk dorp en elke stad lijkt een beschermheilige te hebben die uit een verheven positie het geheel overziet. Het is een naargeestig dorpje waar alles vroeg dicht is en er nergens een leuk restaurantje te vinden is. Het is koud, ongeveer 5 graden dus we eten crackers in ons bed en kijken naar een Spaanse soap.

De volgende dag gaan we naar de Indiaanse markt in Guamote. We delen de taxi die door de Beierse mannen flink is afgedongen en zien onderweg trucks volgeladen met dieren en hele families die naar de markt trekken. Zelfs op de bussen worden schapen vervoerd. Met een gangetje van 80 km per uur staan ze met hun neus in de lucht bovenop de bus. Op de markt aangekomen kost het moeite om ze er weer af te krijgen. Zo´n beetje half gewurgd worden ze aan een touw naar beneden gelaten. We ontsnappen ternauwernood aan een dikke aanrijding door een volgeladen vrachtwagen die ineens linksaf slaat.Dat scheelde maar een haartje! De markt is verschrikkelijk druk en we komen maar een handvol andere toeristen tegen. De bevolking lijkt hier vele malen armer dan in het Noorden. Hun gebitten zijn heel slecht en hun kleren zijn vuil. Je ziet piepjonge moeders met een kind op de rug, een kind aan de borst en een kind aan de hand. Alleen mensen met een gebit vol met goud zien er goed uit. We onmoeten een Nederlandse vrouw die hier 3 maanden vrijwilligerswerk doet. Zij leert de vrouwen andere dingen te maken van de prachtige Alcalpawol, zoals tablettassen, toilettassen met een spiegeltje en een grotere maat sloffen (de mensen hebben hier alleen minivoeten dus geen toerist die er in past). Verder leert ze hen hoe je met een mooi verkooppraatje de toeristen kan verleiden wat te kopen want er is wat dat betreft geen enkele creativiteit hier. Alle tassen sloffen, sjaals, kettingen etc. zijn hetzelfde. Niet alleen de producten maar ook de uitstalling is hetzelfde net als de prijs. Ik vraag me dan ook af hoeveel jaar de zelfgebreide mutsen met dierengezichten hier liggen want bij alle kraampjes liggen hier stapels en stapels van en niemand lijkt ze te kopen.

Na 2 uur hebben we het gezien op de markt en nemen de bus naar Cuenca. We zien onderweg niet heel veel want we rijden in of boven de wolken. Soms lijkt het net een uitzicht vanuit het vliegtuig, alleen wolken met hier en daar een bergtop er bovenuit.

Reacties

{{ reactie.poster_name }}

Reageer

Laat een reactie achter!

De volgende fout is opgetreden
  • {{ error }}
{{ reactieForm.errorMessage }}
Je reactie is opgeslagen!