Uitdagingen
2, 3 en 4 juni
Om drie uur ´s nachts worden we opgehaald voor een trekking van drie dagen. We hebben weinig geslapen door het gesnurk van de Mexicaanse buurman en het tl licht dat de hele nacht knettert. We zitten met 14 mensen in een busje en het is ijskoud, niet te geloven gewoon. De dame van de travel agency heeft ons op het hart gedrukt om zonnebrand, water, een hoed en een zwempak mee te nemen, maar heeft niets gezegd over de ongelofelijke kou (en overige zaken die van belang zijn, maar dat volgt later). De raampjes van het busje gaan steeds vanzelf open en ik voel me steeds beroerder worden. Niet alleen door de kou (de gidsen zitten met ski-jacks, mutsen en handschoenen in de bus) maar ik krijg last van hoofdpijn en voel me vreselijk misselijk. Na 2 uur rijden kan ik nog net op tijd aangeven dat ik er uit moet en de bus staat nog niet stil of ik ben er al uitgesprongen zodat de maaltijd van de dag tevoren niet in de nek van degene die voor me zit terecht komt. Ik krijg gelijk 98% alcohol onder mijn neus geduwd en een warme shawl om. Volgens de gids is dit nu hoogteziekte. We zijn ondertussen op 4000 meter beland, de beekjes zijn bevroren en aan de rotsen hangen ijspegels. Omdat we net van de kust komen hebben we geen gelegenheid gehad om te aclimatiseren, vandaar waarschijnlijk. Ik bof want nu mag ik voorin zitten waar het lekker warm is en ik een goed uitzicht heb. We ontbijten 1 ½ uur later in Chivay en gaan daarna verder naar Cruz del Condor met het uitzicht over de Cañon del Colca, dit is een rivier die op 5000 meter ontspringt en in de loop der tijd een diepe kloof heeft uitgesleten. Deze kloof is een van de diepste ter wereld met haar 4000 meter vanaf de vulkaan Yajirhua tot de bodem. Condors nestelen tegen de wanden van de kloof en we zien er velen, de zwart/witte mannetjes en de bruine vrouwtjes. Ze zijn enorm.
We rijden verder naar pampa san Miquel en krijgen samen met een stel uit Tsjechië en een meisje uit Spanje een gids, Juan, toegewezen. We hebben nog even de tijd om truien uit te trekken (we hebben alles aangetrokken wat we meegenomen hadden van huis) want het begint al aardig warm te worden, zonnebrand op te smeren en dan gaan we op weg naar beneden. We lopen in het begin nog gezellig te kletsen en maken kennis met onze groepsgenoten, maar het is erg stijl, het wordt steeds heter en de hoogte blijft ons parten spelen. We hadden ons voorbereid op een niet al te zware wandeltocht, dus mijn wandelstokken heb ik in het hostel gelaten, maar na 1 ½ uur bleek het pad versperd en moesten we stijl omhoog en daarna weer naar beneden. Het is ondertussen op het midden van de dag. De zon schijnt onbarmhartig, de temperatuur is opgelopen naar ongeveer 35 graden en er is nergens een plekje schaduw. Coosje zegt dat zij zich niet lekker voelt dus ik raad haar aan even te gaan zitten. Dan gaat ze opeens out. Geen beweging meer in te krijgen en lijkbleek. De gidsen zijn wel een en ander gewend maar zij ligt er zo ver van de wereld bij dat ik bijna denk dat zij hier op de berg het loodje gaat leggen. De gids wil al bijna reanimeren maar ik roep nog dat ze niets aan haar hart mankeert alleen een lage bloeddruk heeft. Het enige dat we kunnen doen is haar koelte toewaaien en water op haar polsen gieten maar het duurt toch een hele tijd voor zij weer bij haar positieven komt. Dat was een hele schrik en we moeten nog een heel eind en dus een flinke uitdaging. Soms dacht ik, dit trekken we niet meer vooral omdat het tempo van wandelen voor ons tehoog ligt ( we zien hier niemand van onze leeftijd, de gemiddelde leeftijd van de mensen die deze toch maken schat ik zo eind twintig). Gelukkig zijn we niet de enige, er zijn mensen die last van hun knieën krijgen, geen adem hebben of duizelig worden. De gidsen zorgen dat er niemand achterblijft want, hoe gek het ook klinkt, je bent op zo´n berg zomaar de weg kwijt. Ruim 5 uur later arriveren we op onze overnachtingsplaats, we zijn ruim 1300 meter gedaald. We lunchen en liggen vervolgens de rest van de middag uitgeteld op ons bed. De jongeren mogen nog hout halen want er is geen electriciteit en er wordt gekookt op een houtvuur.
Na het avondeten wisselen we verhalen uit met de andere groepen en om half 9 ligt iedereen in bed. Niemand heeft meer zin om te douchen (die zijn koud) want als de zon weg is dan is het hier weer heel koud. Met het licht van onze telefoon vinden we de weg naar de w.c. en onze kamer. Gelukkig heb ik een aansteker bij me zodat we een kaarsje kunnen branden want zonder licht is het lastig om in een vreemde omgeving je weg te vinden.
De volgende dag vertrekken we om 8 uur. We trekken naar een oase verder het dal in. De uitzichten zijn spectaculair, ik kan er geen genoeg van krijgen. Opnieuw is het weer heel heet, maar we lopen vroeg in de morgen dus minder heet dan gisteren. Tegen elven zijn we op de plaats van bestemming. We nemen gelijk een duik in het water om al het stof van 2 dagen af te spoelen. De rest van de middag luieren we wat, kaarten met de Tjechen en genieten van de rust.
De derde dag wacht ons een nieuwe uitdaging. De gids raadt ons ten zeerste af om naar boven te gaan lopen. Weer 1300 meter omhoog en we moeten dit in 3 ½ uur doen omdat anders de rest van het programma in de soep loopt. Het alternatief is een muildier nemen, want dit is het enige vervoersmiddel van en naar de kloof. In eerste instantie denk je nog, ach we gaan om 5 uur weg, dat gaat vast lukken, iedereen gaat lopen dus waarom wij niet. Maar goed, gezien het afzien van de 1ste dag toch maar de raad opgevolgd (achteraf bleek dat we niet de enige waren, zeker 15 mensen gingen ook op deze manier naar boven). Er komt een man met de muildieren aan, je wordt er op geholpen en het muildier gaat er gelijk vandoor. Coosje ging als eerste en zat verkrampt van angst in het zadel. Gelukkig heb ik paardgereden dus dan zit je iets relaxter, maar ja, je hebt geen enkele controle over zo´n beest. Hij gaat zijn eigen gang en natuurlijk lopend op de randjes. Het paadje was inderdaad stijl omhoog en als je dan de afgronden ziet, kan je maar beter een schietgebedje doen, je goed vasthouden en er het beste van hopen. Dat beest van mij wilde ook steeds inhalen dus elke keer als het paadje iets breder werd zette hij de gang erin om aan de buitenkant er langs te gaan, wat uiteindelijk lukte. Toen we boven afstapten liepen we natuurlijk met o-benen en hadden we pijn in ons handen van het vasthouden aan het zadel om er niet af te glijden, maar het was een onvergetelijke tocht en 100x beter dan lopen.
Na het ontbijt rijden we met de bus naar een vulkaan op 4910 meter waar we uitzicht hebben op de vulkanen in de omgeving. Onderweg zien we wilde lama´s, alcapa´s en vicuñas, waar de fijnste wol van komt.
Deze tocht was een uitdaging om nooit te vergeten.
Reacties
Reageer
Laat een reactie achter!
- {{ error }}